Opgravingen

Opgraven – archeologisch opgraven – is een vak apart. Het heeft zich in de afgelopen anderhalve eeuw ontwikkeld van veredeld schatgraven tot een hi-tech operatie met draagbare computers, verbonden met GPS-systemen, die bliksemsnel alles in kaart brengen wat er aan het licht komt. En toch is de archeoloog met de kaplaarzen en de schep of de troffel altijd dezelfde gebleven. Iemand moet de voorwerpen oprapen en opbergen, iemand moet van dichtbij kijken hoe de bodem eruit ziet.

De archeologen van Archeologie Delft hebben zelf ruime ervaring met dat traditionele handwerk `in de put’ en met de laatste technische ontwikkelingen. Veel van het graafwerk in Nederland wordt tegenwoordig trouwens gedaan door archeologische bedrijven die daarvoor kunnen worden ingehuurd. Als dat in Delft gebeurd blijft Archeologie Delft het werk begeleiden en beoordelen. Archeologie Delft maakt van al deze losse onderzoeken uiteindelijk het verhaal over het vroegste verleden van de stad.

 

Aan de aanleg van het stadskantoor gingen opgravingen door Archeologie Delft vooraf. Bij eerder onderzoek in 2012 was gebleken dat er niets meer van archeologische betekenis te vinden was. Bij de tweede fase, in 2015, was dat anders. De oude spoordijk was bovenop de bodemsporen aangelegd, die daardoor uitstekend bewaard waren gebleven.

Het klooster Koningsveld heeft een rijke geschiedenis. Het dankt bijvoorbeeld zijn naam aan het feit dat de eerste koning die Holland ooit heeft opgeleverd, graaf Willem II van Holland die ook `Rooms-Koning’ van het Duitse Rijk was, in 1251 de bouw van het klooster mogelijk had gemaakt.

De Ada van Hollandlaan heette tot niet zo lang geleden de Madelaan. Het was de vroegere toegangsweg tot het kasteel. Bij opgravingen in 2015 achter het voormalige station van Delft vonden archeologen van Archeologie Delft een deel van deze oude weg terug. 

Tussen de Binnen- en de Buitenwatersloot stond de Waterslootsepoort, de hoofdentree tot Delft vanuit het Westen, tot hij in het armoedige jaar 1847 werd gesloopt. Het was `de capitaelste poort van gans Nederland!’ volgens de zeventiende-eeuwse geschiedschrijver Dirck van Bleiswijck.

In en om Delft hebben in de Middeleeuwen verschillende mannen- en vrouwenkloosters gestaan. Een van de grootste was het Sint Ursulaklooster, dat werd bewoond door zusters van `de derde orde der Franciscanessen’.