Vondsten

Alles wat de archeoloog bij de opgraving vindt (en soms daarbuiten) en wat je in je hand kunt houden, is een `vondst’. Die kan groot en mooi zijn, maar ook heel klein en onherkenbaar. Een bruin scherfje is net zo goed een vondst als een gouden munt, een handvol verkoold graan net zo goed als een grote kruik. Die munt en die kruik staan mooi in een museumvitrine, maar het scherfje en het graan kunnen even belangrijk zijn voor het verhaal van de `vindplaats’. Ze komen meestal niet in het museum terecht, maar ze worden wel bewaard. In het gemeentelijk depot voor bodemvondsten worden ze opgeslagen, voor het geval er iemand later nog eens onderzoek naar wil doen. De `topvondsten’ worden geconserveerd en gerestaureerd, zodat archeologen en publiek er nog lang plezier van kunnen hebben.

Ook wie geen archeoloog is, kan natuurlijk bij toeval een vondst doen. Die kan net zo goed belangrijk zijn voor het geschiedenisverhaal van Delft. Wat je moet doen als je iets hebt gevonden wat van archeologische waarde kan zijn, lees je hier.  

 

Een wel heel bijzondere bodemvondst werd bij kasteel Altena gedaan: de hals van een snaarinstrument.

Wie in de Romeinse tijd doodging, werd bijna altijd verbrand op een brandstapel, waarna de verbrande resten werden begraven. Bijna altijd, want er waren uitzonderingen...

In de Delftse bodem zijn bij archeologische onderzoeken verschillende vondsten gedaan met afbeeldingen van Oranjes erop...

Bij opgravingen in 2005 werden in een beerput getuigen gevonden van een `beeldenstorm’.

Bij het uitgraven van de noordelijke inrit van de westelijke treintunnel, daar waar ooit het noordwestelijk bolwerk van de stad heeft gelegen, is vorig jaar een bijzondere vondst gedaan. Het betreft een noodmunt van 1577 uit die andere Oranjestad: Breda.

Bij de aanleg van een nieuw bolwerk op de hoek van de Spoorsingel-Buitenwatersloot-Coenderstraat zijn resten gevonden uit de 14e eeuw. Eén van de vondsten was een afvalkuil waarvan een grondmonster is onderzocht.