Vondsten

Alles wat de archeoloog bij de opgraving vindt (en soms daarbuiten) en wat je in je hand kunt houden, is een `vondst’. Die kan groot en mooi zijn, maar ook heel klein en onherkenbaar. Een bruin scherfje is net zo goed een vondst als een gouden munt, een handvol verkoold graan net zo goed als een grote kruik. Die munt en die kruik staan mooi in een museumvitrine, maar het scherfje en het graan kunnen even belangrijk zijn voor het verhaal van de `vindplaats’. Ze komen meestal niet in het museum terecht, maar ze worden wel bewaard. In het gemeentelijk depot voor bodemvondsten worden ze opgeslagen, voor het geval er iemand later nog eens onderzoek naar wil doen. De `topvondsten’ worden geconserveerd en gerestaureerd, zodat archeologen en publiek er nog lang plezier van kunnen hebben.

Ook wie geen archeoloog is, kan natuurlijk bij toeval een vondst doen. Die kan net zo goed belangrijk zijn voor het geschiedenisverhaal van Delft. Wat je moet doen als je iets hebt gevonden wat van archeologische waarde kan zijn, lees je hier.  

 

Voor de archeoloog is een graf een bron van informatie én van raadsels. Raadselachtig in bredere zin is bijvoorbeeld het gebrek aan graven uit de Romeinse periode in Zuid-Holland.In juni 2006 werd in de Harnaschpolder het eerste `Romeinse’ graf ontdekt in een regio waar heel veel is opgegraven en heel veel is gevonden.