Vondsten

Alles wat de archeoloog bij de opgraving vindt (en soms daarbuiten) en wat je in je hand kunt houden, is een `vondst’. Die kan groot en mooi zijn, maar ook heel klein en onherkenbaar. Een bruin scherfje is net zo goed een vondst als een gouden munt, een handvol verkoold graan net zo goed als een grote kruik. Die munt en die kruik staan mooi in een museumvitrine, maar het scherfje en het graan kunnen even belangrijk zijn voor het verhaal van de `vindplaats’. Ze komen meestal niet in het museum terecht, maar ze worden wel bewaard. In het gemeentelijk depot voor bodemvondsten worden ze opgeslagen, voor het geval er iemand later nog eens onderzoek naar wil doen. De `topvondsten’ worden geconserveerd en gerestaureerd, zodat archeologen en publiek er nog lang plezier van kunnen hebben.

Ook wie geen archeoloog is, kan natuurlijk bij toeval een vondst doen. Die kan net zo goed belangrijk zijn voor het geschiedenisverhaal van Delft. Wat je moet doen als je iets hebt gevonden wat van archeologische waarde kan zijn, lees je hier.  

 

Dit 12 cm lange buisje van verkoperd ijzer werd min of meer bij toeval uit de vele alledaagse spullen uit de stadsgracht gevist.

Een bijzondere vondst gedaan tijdens restauratiewerkzaamheden bij het Hoogheemraadschap in 1988-1990. Bij deze werkzaamheden kwamen de archeologen een bijzonder voorwerp tegen dat getuigt van de hoge status van de bewoners: een ridder te paard van geglazuurd aardewerk.

Wie vindt dat de maatschappij vandaag de dag gebukt gaat onder regeltjes en voorschriften,  zal misschien verbaasd opkijken als hij hoort dat het vroeger niet heel anders was. 

In de 17deen 18de eeuw vonden duizenden Delftenaren werk in de aardewerkfabrieken waar het veelgevraagde Delfts Blauw werd gemaakt. Het bakken gebeurde pas als allerlaatste en gebeurde in grote kokers die óók van gebakken klei waren gemaakt.

De middeleeuwse maatschappij was tamelijk gewelddadig. Niet alleen grepen edelen snel naar hun zwaard, ook de gewone man kon er wat van!

De eerste jaren van de stad Delft zijn niet op schrift overgeleverd. Vandaar dat archeologen die begintijd uit kleine stukjes informatie moeten samenstellen. Eén zo’n stukje bestaat uit een groepje van zeven zilveren muntjes uit de elfde eeuw.